De waarheid achter de veenkabouter van Kasterlee

Op 1 april 2013 stond er in de krant:

SENSATIONELE VONDST IN DE TIKKEBROEKEN

Dirk Potters, vrijwilliger van Natuurpunt Kasterlee, deed op vrijdagmorgen 29 maart 2013 in het Kastelse natuurreservaat De Tikkebroeken, een oud turfwinningsgebied, een eigenaardige vondst. In een turflaag onder het wortelstel van een omgevallen dikke berk lag een pakje in een soort van jute gewikkeld en met vezelplanten bijeengehouden. Beseffend dat het hier misschien wel over iets uitzonderlijks zou kunnen gaan, nam hij meteen contact op met de gemeentelijke autoriteiten. Burgemeester Ward Kennes kwam zelf ter plaatse en adviseerde het pakje met de grootste omzichtigheid te behandelen en de archeologische dienst te verwittigen. Ook RTV was er meteen bij en maakte er diezelfde avond al melding van in hun Nieuwsberichten. Zij kondigden ook aan dat, ondanks de drukte van de Paasdagen, reeds maandag daarop, de eerste dag van april, Professor Penseel van de archeologische dienst ter plaatse zou komen voor een eerste onderzoek en zijn bevindingen zou mededelen.En inderdaad voor een hele schaar belangstellenden, afgezakt naar de Tikkebroeken, verklaarde de professor die dag dat het hier om een zeer uitzonderlijke vondst ging, in deze streek nooit gebeurd. Het ging hier inderdaad om een gemummificeerd veenlijkje zoals men er ook al wel in turflagen in Denemarken, Friesland, Ierland, Oostenrijk, in het Noorden van Duitsland vond, maar nog nooit in onze streek.

Beschrijving van het veenlijkje: 

Het wezentje is ongeveer 60 cm lang.  Het ligt met licht opgetrokken benen, een hand aan het hoofd, een amulet om de hals. Het is duidelijk van het mannelijk geslacht. Vlakbij lag ook een klein eetbekertje, waarschijnlijk zoals de amulet een offergeschenk bij het overlijden. 

Wetenschappelijk onderzoek ‘Homo minor casterlensis’

De wetenschappelijke dienst onderzocht al meteen deze toch wel merkwaardige vondst en kwam reeds dadelijk tot enkele duidelijke bevindingen:

Ondanks dat het lijkje slechts een 60 cm lang is, is het geen kindje maar wel een volwassen man, die men al meteen een naam gaf ‘Homo minor casterlensis’, de ‘kleine Kastelse man’. Hun bestaan in deze streek werd reeds dikwijls vermeld, maar nooit wetenschappelijk gestaafd. 

Hoe oud het mannetje is, kan het onderzoek nog niet uitmaken, maar het is zeker van hoge leeftijd.

In het bijgevoegde bekertje en ook in de maag van het mannetje werden resten van cucurbitae gevonden, pompoenachtigen, planten die in Kasterlee nog steeds veelvuldig en in uitzonderlijke grootten aangetroffen worden en vooral genuttigd worden in papvorm.

Zo stelt men zich nu de vraag wie hier nu eigenlijk eerst was in onze streek: deze ‘homo minor casterlensis’ of de gewone ‘homo casterlensis’?

Wetenschappers onderzoeken of er misschien een causaal verband is met de groei in de loop der jaren van het kaboutermanneke naar de huidige Kastelaar, m.a.w. is de Kastelaar van nu uiteindelijk voortgekomen uit het veenkaboutertje?

Is het pas na het eten van pompoenachtigen dat dit manneke stilaan langer geworden is?

Het gemeentebestuur van Kasterlee staat het onderzoek niet in de weg en overweegt een oproep te doen bij de rasechte Kastelaars om zich te komen aangeven voor een DNA-onderzoek, dat bepalend moet zijn of zij misschien afkomstig zijn van dit veenkaboutertje. De families Van Laer, Noyens, Otten, Kennis, Borghs, Van Eyck, enz … zullen weldra een uitnodiging in de brievenbus krijgen. Gezien het fundamenteel belang van dit onderzoek hoopt zij dat al deze families hierop positief zullen reageren. Belangstellenden kunnen zich reeds melden op het gemeentehuis.

Kunstenares Johanna Lismont van Lichtaart heeft het kaboutermanneke, dat eeuwenlang in de turf van de Tikkebroeken gelegen heeft, wat gefatsoeneerd en toonbaar gemaakt. Ze is daar bijzonder goed in geslaagd. Kunstsmid Willy Belmans van Kasterlee heeft een speciaal schrijn ontworpen in edelmetaal en glas, een kunststuk op zich. Hierin kan het veenkabouterje coninu in dezelfde temperatuur en vochtigheidsgraad bewaard blijven.

DE WAARHEID…

Maar de pientere lezer zal al wel doorhebben dat het hier om een 1-aprilmop ging. Luc Swerts van Heemkring KLT organiseerde deze samen met burgemeester Ward Kennes, de beheerder van Tikkebroeken, de kunstenares en de kunstsmid en enkele streekkranten.

Wil je de veenkabouter met eigen ogen zien?
Ga dan op 26 april langs op het Heemerf in Kasterlee voor ’n Zottekesspel, waar groot en klein zich zal verbazen over zotte voorwerpen, verhalen en cartoons.
Alle informatie vind je hier.

Hoe harmonie “De jonge scheuten” aan haar naam komt

Hoe De Jonge Scheuten van Wuustwezel aan hun naam komen, wordt door Staf Goris beschreven:

De Heidegalm heeft Henri Peeters zijn hart verrukt. Hij ligt er ook midden ‘t bed en de toonbalken mee onder de lakens. Hij droomt van muziek en … toeterend door het dorp te trekken. Door lenig en raak toetsspel op de pistons, een klinkende solo uit zijn blinkende tuba te blazen. Maar, een toeteman die geen mi uit een sol kan onderscheiden op zijn partie of maar half zijn gat… zo een krabbekoker in geen geval.
Hij op zijn eentje alle weken naar Loenhout om gammekens te leren van Léon Gallée. Een dans in de wolken. Alleen is maar alleen. Jan Cool omgepraat. Frans Ophoff opgestookt. En voortaan met gedrieën over de beek. Do re mi heel de winter door. Solsleutels, kruisen en b-mols, contre-do forte’s en piano’s, majeur en mineur. En achtereen het spiegelglad instrument in de vuist en de eerste geperste windstoten door het ammesuur. Het vuur der muziekliefde laait in deze dapperen, maar … dat sjouwen steekt stokken in de wielen. Bij onguur getij aan weer en wind blootgesteld. In de stikdonkere nacht door de smeltende sneeuw gekwatst. Bijtende vorst. Standvastig die spookbeelden aan ‘t vonderke met hun akelig en schrikwekkende gieren. Nat en begaaid… . Zij krijgen de haak in de keel en stoppen.

Tweede Paasdag. In “ De Luchtbal “, steken zij de koppen bijeen. Wat Loenhout kan kunnen wij ook. Wij hebben zoveel recht van bestaan als “ De ware Eendracht “ van Brecht,” De Noorderzonen “ van Westmalle en “ De Eendracht “ van Meer. Klaar als de zon. Dat we daar niet vroeger aan gedacht hebben. De kogel is meteen door de kerk en de stichting gebeurt op zondag 20 april 1879.
Over de geschikte benaming echter moet nog een lansje gebroken worden. Nu was het in die dagen zo gesteld, dat politiek onkruid het normale gemeenschapsleven vertroebelt. De liberalen steken dreigend hun voelhorens uit. Hun diplomatiek gevleugelde slogans omsingelt de gedachtegang van de man in de straat. Los van alle ingepompte dwang en vrank uit het slaafse spoor van zoete betovering. Vrij en onafhankelijk! Godsdienst is opium voor het volk. Laat u door niemand binden! Zeg ongemaskerd uw gedacht en handel naar eigen goeddunken. Wacht u van kerkuilen en pilaarbijters! Luister slechts naar ons, al het ander is leugen. Vlucht schijnheiligaards! Doe slechts wat wij u vragen en stem liberaal.

En zo gebeurt het in 1879. Met het ellendig feit van de schoolstrijd. De slopende naweeën. Bitter en pijnlijk. Niet verrassend, dat de kerk die blauwe handschoen niet strijdloos duldt. De parochieherders treden hardnekkig in ‘t harnas tegen alle openbare activiteiten, die niet rechtstreeks aanleunen bij onbesproken katholieke organisatoren. De fanfare ook in diskrediet. Kapelaan Lemmens neemt geen blad voor de mond. Van op de preekstoel verklaart hij ondubbelzinnig. In Wezel is een muziekmaatschappij tot stand gekomen. Ze huldigt dezelfde liberale strekking als de voorgangers uit de naaste omgeving. Een boom met volgroeide stronk en gewaai. Brecht is de stam, Loenhout de takken en Wezel de scheuten. De Scheuten! Wat hoeft er nog meer? Zonder commentaar looft de leiding der pas ontloken fanfare van Wezel de schitterende vindingrijkheid van Eerwaarde Heer Alfons Lemmens. De rechte naam op de rechte plaats bleef behouden. De Jonge Scheuten. Nog immer scheppen zij leven en lust in processie, stoeten en particuliere huldegroeten.

Enkele voetnoten :
– De Heidegalm is een harmonie uit buurgemeente Loenhout
– Henri Peeters is stichter van de jonge scheuten, maar was betrokken bij de oprichting in 1878 van de heidegalm
– De luchtbal ( loebal), was een estaminet in Wuustwezel, waar nu de delhaize staat
– Het vonderke is de bijnaam van de beek de kleine Aa
Een bijdrage van Jan Beyers, meer info op www.dejongescheuten.be